“Links 2 grootoren en 2 watertjes in een cluster en één grootoor alleen”, roept Eric naar buiten. Na enige tijd volgt: “Hier in het midden 4 baardvleermuizen in een cluster en één alleen. Op de doorgang naar rechts 2 watervleren bijeen”. Het is weer even stil, voordat Eric’s stem opnieuw klinkt: “Drie watervleren in een pijp en 4 grootoren verspreid achter het hout, aan de rechterkant.” Een lange arm komt naar buiten, gevolgd door een hoofd en nog een arm. Op z’n rug wringt Eric zich door het gat in de muur en kruipt naar buiten. “Hoeveel hebben we er nu in totaal?” “Negentien.” “Zo, dat is een mooi aantal voor deze plek. Meer dan vorig jaar.”

Watervleermuis in winterslaap.
Eric verzamelt de stammen die hij eerder voor de ingang verwijderde en legt ze over het gat waardoor hij zojuist naar buiten kwam. Hij bedekt het geheel met aarde en vertelt: “Enkele jaren geleden was deze bunker nog gewoon via een deur te bereiken. Toen zat er één baardvleermuis in. Nu is hij hermetisch gesloten, met uitzondering van een paar kleine openingen waardoor vleermuizen wel, maar mensen niet naar binnen kunnen. Het aantal overwinterende vleermuizen is sindsdien sterk gestegen. Het is een trend die ook elders in Nederland wordt waargenomen. Uit de jaarlijkse wintertellingen van de Zoogdiervereniging blijkt een gestage groei sinds 1986. Met name het aantal getelde franjestaarten neemt elk jaar toe, met uitzondering van de winter 2007/2008 (zie grafiek).
In de Limburgse groeven worden de wintertellingen al sinds 1943 uitgevoerd. De aantallen franjestaarten liepen daar sterk terug, van zo’n 120 dieren in 1943 naar minder dan 10 tussen 1970 en 1980. Watervleermuizen in de Limburgse groeven nemen daarentegen al sinds 1950 explosief toe, van ca. 60 dieren naar meer dan 1.000 in de jaren ’80 en ’90. De groei van de watervleermuis in heel Nederland lijkt de laatste jaren echter wat af te vlakken (grafiek).

Aantal franjestaarten in winterverblijfplaatsen in de periode 19860-2009

Aantal watervleermuizen in winterverblijfplaatsen in de periode 19860-2009
De oorzaken van de veranderingen zijn moeilijk te achterhalen. Die kunnen zowel in de winter optreden als in de zomer. Daar komt bij dat sommige vleermuizen in Nederland de winter doorbrengen, maar de ’s zomers in het buitenland verblijven. Oorzaken die genoemd werden als verklaring voor de achteruitgang in de vorige eeuw waren het gebruik van houtverduurzamingsmiddelen en insecticiden die vleermuizen onvruchtbaar maakten en veranderingen in de landbouw, waardoor er minder voedsel voor vleermuizen was. Sinds deze middelen verboden zijn gaat het beter met enkele vleermuissoorten. Maar ook klimaatveranderingen kunnen een rol hebben gespeeld, met name voor de warmteminnende hoefijzerneuzen; tussen 1939 en 1946 daalde het tienjaargemiddelde van de zomertemperatuur met bijna 1°C. Deze soorten komen nu niet meer voor in Nederland.
Een verklaring voor de explosieve toename van de watervleermuis werd gezocht in de eutrofiëring van het oppervlaktewater; dat wil zeggen het voedselrijker worden van het water, met name doordat veel fosfaten in het water terecht kwamen. Deze vleermuissoort eet vooral kleine muggen die hij van het wateroppervlak opschept. In voedselrijk water leven meer muggen. Het afvlakken van de groei dat de laatste jaren bij de watervleermuis wordt waargenomen past in dit plaatje; het oppervlaktewater in Nederland is schoner dan enkele decennia geleden en bevat daardoor mogelijk minder kleine muggen.
Hoewel van alle vleermuissoorten samen (17 soorten leven er in Nederland) de trend positief is, blijft hun toekomst onzeker. Zo kunnen de winterverblijven ook andere functies dienen, zoals voor recreatie (forten), wijnkelder, champignonkwekerij, opslagruimte of Kerstmarkt (links). Soms is dit geen probleem. De verschillende functies kunnen gescheiden worden, zowel in tijd (bijvoorbeeld als de mensen de verblijfplaats alleen ’s zomers gebruiken en de vleermuizen ’s winters), als in ruimte (bijv. Fort aan de Klop). Helaas gebeurt dit niet altijd. Bijvoorbeeld omdat men niet weet hoe dit te doen, of omdat men niet weet dat het object ’s winters door vleermuizen wordt gebruikt.
Het gat is weer dicht en we gaan naar de volgende bunker. Een ouder echtpaar komt thuis als we daar klaar zijn en vraagt naar de resultaten van de telling. Ze willen ook weten wat ze nog meer voor de vleermuizen in hun bunker kunnen doen. Eric noemt het plaatsen van voorzieningen in de bunker waar de vleermuizen zich achter kunnen verbergen. Hij zal hiervoor later contact met hen opnemen. Het echtpaar zwaait ons opgewekt uit. Eric is minder opgewekt: “Over een paar jaar gaan deze mensen met pensioen en verkopen hun huis. Het is maar afwachten wat de nieuwe bewoners met de bunker doen. Dit is een woningbouwgebied en veel nieuwe jonge bewoners laten het huis verbouwen en verwijderen de bunker.” We verlaten het terrein. De vleermuizen slapen nog een paar maanden verder, maar een vleermuisbeschermer heeft nooit rust.
Verder lezen:
- Wintertellingen laten herstel van vleermuizen zien
- Aantalsontwikkeling van vleermuizen 1986-2008
- Vleermuisleefgebieden in de Nieuwe Hollandse Waterlinie
- Vleermuiswinterverblijven in Limburg
- Zwermende vleermuizen bij winterverblijven